01 Hallo, Goedendag

Hallo, goedendag, wij gaan nu beginnen.
Hallo, goedendag, wij gaan nu beginnen.
Hallo, goedendag, wij gaan nu beginnen.
Hallo, goedendag, hallo, goedendag.

Wij gaan nu beginnen met spelen en zingen.
Met spelen en zingen gaan wij nu beginnen.
Hallo, goedendag, hallo, goedendag.

02 Ik zing, zing, zing

Ik zing, zing, zing zomaar wat.
Ik zing, zing, zing in het bad.
Ik zing, zing, zing op het balkon
de allernieuwste song.

La, la, la, la, la, la

Ik klap, klap, klap zomaar wat.
Ik klap, klap, klap in het bad.
Ik klap, klap, klap op het balkon
de allernieuwste song.

Ik knip, knip, knip zomaar wat.
Ik knip, knip, knip in het bad.
Ik knip, knip, knip op het balkon
de allernieuwste song.

La, la, la, la, la, la

Ik stamp, stamp, stamp zomaar wat.
Ik stamp, stamp, stamp in het bad.
Ik stamp, stamp, stamp op het balkon
de allernieuwste  song.

La, la, la, la, la, la

03 Tamtam/ Het grote herrie-orkest

Tamtam tamtam, daar komen muzikanten aan.
Ze lopen keurig in de maat bij ons door de straat.

Het grote herrie-orkest
doet ontzettend zijn best.
We spelen nooit erg zacht,
dat is juist onze kracht.
Doe open je oren, je kunt ons best horen:
Het grote herrie-orkest !

04 Columbus

Columbus kwam uit Genua.
Wiedewiedewiet boem boem !
Kijk dat maar in je atlas na.
Wiedewiedewiet boem boem !
Die jongen riep opeens “Tabé,
Ik ga uit varen over zee.”

Refrein:
Gloria, Victoria, wiedewiedewiet joehei sasa,
Gloria, Victoria, wiedewiedewiet boem boem !

Zijn pa zei met een strenge blik:
“Jij wordt maar wever net als ik”
Columbus dacht: “Nou dat is pech”
en voer op eigen houtje weg.

Refrein

Columbus vroeg in Lissabon
of hij de koning spreken kon:
“Geef mij drie schepen, goed bemand
Dan vaar ik naar de overkant.”

Refrein

Toen stond er nog in ieder boek:
De wereld is een pannenkoek
en vaar je al te ver op zee
dan valt je bootje naar benee.

Refrein

Maar Ferdinand zei: “Nou vooruit,
vaar jij dan maar het zeegat uit.”
Columbus riep:”Hiep, hiep, hoera.”
en zo vond hij Amerika.

Refrein

Columbus ging het eerst aan land.
Hij zag daar mensen op het strand.
Die mensen riepen: “Hé te gek,
Nu heeft Columbus ons ontdekt !”

Refrein

05 de aarde

De aarde is wel rond maar geen gladde bal.
Soms is er een berg, soms is er een dal.
Ga maar mee de heuvel op
en nu sta je op de top
En ga daarna ook maar mee,
kijken naar de diepe zee.

06 De blauwbilgorgel

ik ben de blauwbilgorgel,
Mijn vader was een porgel,
Mijn moeder was een porulan,
Daar komen vreemde kind’ren van.
Raban ! Raban ! Raban !

Ik ben een blauwbilgorgel
Ik lust alleen maar korgel,
Behalve als de nachtuil krijst,
Dan eet ik riep en rimmelrijst.
Rabijst ! Rabijst ! Rabijst !

Ik ben een blauwbilgorgel,
Als ik niet wok of worgel,
Dan lig ik languit in de zon
En knoester met mijn knezidon.
Rabon ! Rabon ! Rabon !

Ik ben een blauwbilgorgel
Eens sterf ik aan de schorgel,
En schrompel als een kriks ineen
En word een blauwe kiezelsteen.
Ga heen ! Ga heen ! Ga heen !

07 de kwakkeldans

Er was eens een kikkertje, kwek,kwek, kwek
Hij had een vliegje in zijn bek.
Hij zat aan het randje van de sloot
En toen beet hij het vliegje dood.

Refrein:
Zet je beide benen naast elkaar,
Je voeten een beetje uit elkaar
Je beide armen in de lucht;
We dansen de Kwakkeldans,kwik,kwak.
We dansen de Kwakkeldans,kwik,kwak.

Er was eens een ooievaar klap, klap, klap.
Hij had trek in een kikkerhap.
Hij zag de kikkertje bei de sloot
En toen beet hij de kikker dood.

Refrein:

Toen vloog de ooievaar, klap, klap klap.
Weg met zijn kikkerhap
Hij vloog toen tegen een hoge paal
En dat was het einde van het verhaal.

Refrein:

We dansen de Kwakkeldans,kwik,kwak.
We dansen de Kwakkeldans,kwik,kwak.

08 Elke dag wat anders

Ik ging op zondag wandelen
en ik keek mijn ogen uit.
Ik zag een heel klein kikkertje
dat  hupte voor mij uit.
Zo gaat het kikkertje (enz.)

Ik ging op maandag wandelen
en ik keek mijn ogen uit.
Ik zag een grote olifant
die stampte voor mij uit.
Zo gaat de olifant (enz)

Ik ging op dinsdag wandelen
en ik keek mijn ogen uit.
Ik zag een lief klein musje
dat wipte voor mij uit.
Zo gaat het musje (enz)

Ik ging op woensdag wandelen
en ik keek mijn ogen uit.
Ik zag een heel vlug paardje
dat rende voor mij uit.
Zo gaat het paardje (enz)

Ik ging op donderdag wandelen
en ik keek mijn ogen uit.
Ik zag een heel stil muisje
dat trippelde voor mij uit.
Zo gaat het muisje (enz)

Ik ging op vrijdag wandelen
en ik keek mijn ogen uit.
Ik zag een dikke schommeleend
die waggelde voor mij uit.
Zo gaat de schommeleend (enz)

Ik ging op zaterdag wandelen
en ik keek mijn ogen uit.
Ik zag een lief klein poesje
dat danste voor mij uit.
Zo gaat het poesje (enz)

09 Loeppie loep

Refrein:
Dit is de loeppie loep! Dit is de loeppie la!
Dit is de loeppie loep! Doe ’t maar allemaal na.

Je rechterbeen vooruit, je rechterbeen terug.
Je handen op je heupen en je handen op de rug.

Refrein

Je linkerbeen vooruit, je linkerbeen terug.
Je handen op je heupen en je handen op de rug.

Refrein

Je rechterarm vooruit, je rechterarm terug.
Je handen op je heupen en je handen op de rug.

Refrein

Je linkerarm vooruit, je linkerarm terug.
Je handen op je heupen en je handen op de rug.

Refrein

Je rechterbeen vooruit, je rechterbeen terug.
Je handen op je heupen en je handen op de rug
Je linkerbeen vooruit, je linkerbeen terug.
Je handen op je heupen en je handen op de rug.
Je rechterarm vooruit, je rechterarm terug.
Je handen op je heupen en je handen op de rug.
Je linkerarm vooruit, je linkerarm terug.
Je handen op je heupen en je handen op de rug.


10 Lucky Luke

“I’m a poor lonesome cowboy”,
weemoedig klinkt het lied
dat ’s avonds door de prairie klink.
Het is Lucky Luke,
de schrik van iedere bandiet,
die daar bij het kampvuur
stil zijn koffie drinkt.

Refrein:
Ver van huis en haard,
alleen met zijn paard
trekt hij door het eindeloze land.
Als je ooit een cowboy ziet,
die sneller dan zijn schaduw schiet;
’t is Lucky Luke de cowboy
met de vaste hand.

Ontevreden indianen
gaan naar de handelspost.
Ze hebben pijl en boog en strijdbijl klaar,
dan komt Lucky Luke
en alles is snel opgelost:
“Rode broeders, ugh,
begraaf de strijdbijl maar..”

Refrein:

De koetsier van de postkoets
kijkt angstig om zich heen;
de Daltons brachten juist zijn koets tot staan.
Ze zoeken naar goud,
maar dan plotseling roept één:
“Jongens, vlucht, want
daar komt Lucky Luke al aan!”

Refrein:

11 Feest in de keuken

’t Is feest in de keuken,
dat kun je zeker horen.
’t Is feest in de keuken
want de koekenpan verjaart.
Stop nu maar watjes in je oren
want het gaat met een hoop lawaai gepaard.

Refrein:
Tarara boem tjing boem tjing boem
ta ra ra ra ra ra ra,
boem tjing boem tjing boem
ta ra ra ra. (2x)

De pollepels dansen
te midden van de pannen.
De fluitketel fluit er
een gezellig liedje bij.
Daar zijn de ketels en de kannen
en de lepels, ze dansen op een rij.

Refrein

12 Gerrit

Wie komt er nu als eerste aan ?

Gerrit, Tobias, Els.

Wie komt er nu als eerste aan ?

Tobias, Gerrit, Els.

Wie komt er nu als eerste aan ?

Els. Gerrit, Tobias.

Gerrit dans eens op de ladder,
do, re, mi, fa, so.
En ga nu maar lekker terug,
so, fa, mi re, do.

Gerrit dans eens op de ladder,
c, d, e, f, g.
En ga nu maar lekker terug,
g, f, e, d, c..

013 Gerrit, de marionettenpop

Ik ben Gerrit de marionettenpop
we dansen net zo lang tot ik zeg stop
Nu lig ik,maar daarna ga ik staan
Dat is toch wel  heel snel gegaan.
Mijn armen hoog en dan weer omlaag
eerst heel snel en dan heel traag
Ja we dansen als een pop
luister goed nu zeg ik stop

Ik ben Gerrit de marionettenpop
we dansen net zo lang tot ik zeg stop
Ik stamp met één been op de grond
met mijn hoofd draai ik in ‘t rond.
En nu ga ik ook maar meteen
stampen met mijn andere been
Ja we dansen als een pop
luister goed nu zeg ik stop

Ik ben Gerrit de marionettenpop  
we dansen net zo lang tot ik zeg stop

Ja we dansen als een pop
luister goed nu zeg ik stop:

Ik ben Gerrit de marionettenpop  
we dansen net zo lang tot ik zeg stop
Nu tik met mijn  hand op de grond
en dan draai ik nog tweemaal rond
dat kan ik goed, ja dat is echt waar
met een buiging is het weer klaar
Ja we dansen als een pop
luister goed nu zeg ik stop:
STOP !

14 Wolfje

Ik ben een hond die Wolfje heet,
zo heet ik al heel lang.
Ik ben een hond die Wolfje heet
en dat maakt ieder bang.
Ik heb wel grote tanden,
maar wees niet bang voor mij
want als ik met mijn tanden klap,
dan ben ik juist heel blij.

Thuis hebben wij een kleine hond

Thuis hebben wij een kleine hond.
Ja, het is een hele leuke kleine hond.
Als ik uit school kom, vraag ik hem:
“Ga je mee naar buiten, ga je met me uit,
ga je mee een straatje rond,
zeg, ga je mee naar buiten,
ga je mee een straatje rond,
zeg, ga je uit?”

Ik leer hem kunstjes, onze hond.
Ja, het is een hele slimme kleine hond.
Als hij zijn best doet, vraag ik hem:
“Ga je mee naar buiten, ga je met me uit,
ga je mee een straatje rond,
zeg, ga je mee naar buiten,
ga je mee een straatje rond,
zeg, ga je uit?”

Als ik bedroefd ben, komt mijn hond.
Ja, het is een hele lieve kleine hond.
Hij kijkt me aan alsof hij zegt:
“Ga je mee naar buiten, ga je met me uit,
ga je mee een straatje rond,
zeg, ga je mee naar buiten,
ga je mee een straatje rond,
zeg, ga je uit?”

15 vreemde eend

Ik ben een vreemde eend en ik zing van kwek,kwek, kwek..
Ik ben een vreemde eend en ik zing van kwek,kwek, kwek..

Nu sla ik met mijn vleugels, dat gaat van klap, klap klap.
Nu sla ik met mijn vleugels, dat gaat van klap, klap klap.

Ik ben een vreemde eend en ik zing van kwek,kwek, kwek..
Ik ben een vreemde eend en ik zing van kwek,kwek, kwek..

Ik wiebel met mijn staartje, dat gaat van links naar rechts.
Ik wiebel met mijn staartje, dat gaat van links naar rechts.

Ik ben een vreemde eend en ik zing van kwek,kwek, kwek..
Ik ben een vreemde eend en ik zing van kwek,kwek, kwek..

Ik waggel op mijn vliezen, dat gaat van plof, plof, plof.
Ik waggel op mijn vliezen, dat gaat van plof, plof, plof.

Ik ben een vreemde eend en ik zing van kwek,kwek, kwek..
Ik ben een vreemde eend en ik zing van kwek,kwek, kwek..

Nu duik ik in het water, dat gaat van plons, plons, plons.
Nu duik ik in het water, dat gaat van plons, plons, plons.

Ik ben een vreemde eend en ik heb een grote bek.
Ik ben een vreemde eend en ik heb een grote bek.

KWEK,KWEK,KWEK,KWEK,KWEK,

KWEK,KWEK,KWEK,KWEK,KWEK,KWEK.
KWEK,KWEK,KWEK,KWEK,KWEK,

KWEK,KWEK,KWEK,KWEK,KWEK,KWEK

16 Kop op

Ik voel me droevig, zo alleen.
Toch wil ik niemand om me heen.
Kruip in een hoek, wil er niet uit,
ik hou me stil, staar voor mij uit.
Laat mij met rust, raak mij niet aan.
Die nare bui zal overgaan.
Straks kom ik heus weer voor de dag.
Geef mij een knuffel tot ik lach.

Dit is de dag waarop ik zing,
Dit is de dag waarop ik spring.
Ik lach weer vrolijk, voel me blij.
Huppel rond en speel met mij !

La la la la la la la la….

17 Mozartlied

Mozart was muzikaal begaafd
Hij speelde o zo graag
Al in zijn prille jeugd
Tot ieders vreugd.

Mozart kon dat heel erg goed
Het zat hem in zijn bloed
Hij had heel veel talent
En werd bekend.

Op tournee ging Amedeus.
Zijn vader en zijn zus,
Zij gingen ook vaak mee
Van c f g.

Mozart,waar speelde hij zo al ?
Op een gemaskerd bal,
Ja bijna overal,
Op ieder bal.

 

 

18 Ping en Pong

Ping en Pong spelen pingpong,
“PANG”, zei de pingpong bal
en Ping die zei dat Pong het deed
en Pong die zei: “ nee het was Ping!”

19 ’s Avonds als ik thuiskom

En ’s avonds als ik thuiskom,
dan doet mijn voet zo zeer.
’t Is mijn voet, die ’t altijd doet,
’s avonds als ik thuiskomen moet.

En ’s avonds als ik thuiskom,
dan doen mijn kuiten zo zeer.
’t Zijn mijn kuiten, die zo fluiten,
’t Is mijn voet die ’t altijd doet,
’s avonds als ik thuiskomen moet.

En ’s avonds als ik thuiskom,
dan doet mijn knie zo zeer.
’t Is mijn knie, je weet wel wie,
(enz)

En ’s avonds als ik thuiskom,
Dan doen mijn billen zo zeer.
’t Zijn mijn billen, die niet willen,
(enz)

En ’s avonds als ik thuiskom,
dan doet mijn buik zo zeer.
’t Is mijn buik, ’t is net een kruik,
(enz)

En ’s avonds als ik thuiskom,
dan doet mijn rug zo zeer.
’t Is mijn rug, ’t is net een brug,
(enz)

En ’s avonds als ik thuiskom,
dan doet mijn nek zo zeer.
’t Is mijn nek, zo vet als spek,
(enz)

En ’s avonds als ik thuiskom,
dan doet mijn neus zo zeer.
’t Is mijn neus, ’t is tweede keus,
(enz)

En ’s avonds als ik thuiskom,
dan doet mijn kop zo zeer.
’t Is mijn kop, ’t zit los erop,
(enz)

20 Notte belle Margarinata

Notte belle Margarinata,
moetjes wat oore.
Notte belle Margarinata,
smoesjes d’amore.
Loena, loena, fietsebel armonica.
Loena, loena, Nel koppietee.

21 Tante Koba

Oh, tante Koba die is zo dom,
zij roert haar koffie met haar grote teen om.
Oh, tante Koba die is zo dom,
zij roert haar koffie met haar grote teen om.

Refrein
’t Gaat jou niet aan, ’t gaat mij niet aan.
’t Gaat alleen tante Koba aan.
’t Gaat jou niet aan.,’t gaat mij niet aan.
‘t Gaat alleen tante Koba aan.

Oh, tante Koba die is zo dom,
Zij roert haar koffie met haar grote teen om.
Ze woont op een flat met haar papegaai.
Oh, wat maken die twee een lawaai!

Refrein

Mijn tante Koba zingt vals als een kraai
Ze zingt steeds duetten met haar papegaai.
Dat beest zingt nog stukken beter, vind ik,
Maar als ik dat zeg, geeft ze mij een tik!

Refrein

Lorre, lorre, lorre, krauw, krauw, krauw,
Lorre, lorre, lorre, krauw, krauw, krauw,
Lorre, lorre, lorre, krauw, krauw, krauw,
Lorre, lorre, lorre, krauw, krauw, krauw.

Refrein

Met tante Koba heb ik altijd lol,
ben ik bij haar dan niets te dol.
We hebben samen heel de dag plezier.
Wat anderen zeggen, doet mij geen zier!

Refrein

22 Vliegen naar de zon
(Icarus)

Ik wou dat ik dat kon;
vliegen naar de zon.
Met vleugels op mijn rug
vlieg ik door de lucht
en maak een zonnevlucht,
daarheen en ook weer terug.

23 zeven muisjes

Zeven muisjes op een rij
snoepten van de rijstebrij.
Steeds maar meer, steeds maar meer.
Eén werd ziek en lustte niet meer.

Zes muisjes op een rij
(enz)

Vijf muisjes op een rij
(enz)

Vier muisjes op een rij
(enz)
 
Drie muisjes op een rij
(enz)

Twee muisjes op een rij
(enz)
 
Eén muisje heel alleen
sabbelde aan zijn grote teen.
Wat een strop, wat een strop,
Alle rijstebrij was op.

24 Wat is dat voor de vreemd beest ?

Wat is dat voor een vreemd beest,
een vreemd beest, een vreemd beest,
wat is dat voor een vreemd beest?
Dat vraag ik nu aan jou.

Zijn buik dat is een tamboerijn,
een tamboerijn, een tamboerijn,
zijn buik dat is een tamboerijn,
Dat zeg ik nu aan jou.

Wat is dat voor een vreemd beest,
een vreemd beest, een vreemd beest,
wat is dat voor een vreemd beest?
Dat vraag ik nu aan jou.

Zijn kop dat is een maracas,
een maracas, een maracas,
zijn kop dat is een maracas.
Dat zeg ik nu aan jou.

Wat is dat voor een vreemd beest,
een vreemd beest, een vreemd beest,
wat is dat voor een vreemd beest?
Dat vraag ik nu aan jou.

Zijn poten dat zijn claves,
zijn claves, zijn claves,
zijn poten dat zijn claves.
Dat zeg ik nu aan jou.

Wat is dat voor een vreemd beest,
een vreemd beest, een vreemd beest,
wat is dat voor een vreemd beest?
Dat vraag ik nu aan jou.

Zijn staart dat is een schellenraam,
Een schellenraam, een schellenraam,
zijn staart dat is een schellenraam.
Dat zeg ik nu aan jou.

Dat is  toch wel een vreemd beest,
een vreemd beest, een vreemd beest,
dat is  toch wel een vreemd beest,
Dat zeg ik nu aan jou.

25 Clowntje Pierewiet

Refrein:
Ik ben clowntje Pierewiet,
dansen doe ik op muziek
en ik heb altijd plezier.
Ik ben clowntje Pierewiet,
doe maar mee als je me ziet
want ik speel in ’t circus hier.

Van je hoempa, hoempa, linkerbeen
Met  je handen tikken aan je teen.
Draai nu één keer in het rond
en nu springen op de grond.
En ga maar weer zitten.

Refrein

Armen laag, maak nu een lange neus.
Armen hoog, net als een grote reus.
Op je hurken in het rond.
Beide handen op de grond.
En ga maar weer zitten.

Refrein

Doe je beide handen op je rug,
dan een stap naar voren en weer terug.
Nu je handen in je zij.
Dans nu maar weer mee met mij.

La la la la la la la , la la la la la la la
la la la la la la la,
la la la la la la la, la la la la la la la 
en maak nu een buiging hier.