01 MIJN HUIS IS LEEG

Ik doe de deur open
en ik hang mijn jas op,
je bent vandaag voor
een keer niet bij mij.
Ik hang nu mijn jas op,
zoals ik altijd deed,
maar dit keer hangt
jouw jas er niet bij.

‘k Schenk maar voor één in
zoals ik altijd deed,
ik pak maar één glas,
dat was ik gewend.
Maar de kamer is kaal nu
anders dan vroeger,
de kamer is leeg nu,
als jij hier niet bent.

Want nu ik je ken
is niets meer als vroeger,
het leven is voller,
jij geeft het meer zin.
Maar daardoor lijkt hier
alles veel leger,
mijn huis geen thuis meer
met jou niet erin.

Ik ga straks naar bed,
zoals ik altijd deed,
ik slaap weer alleen,
dat was ik gewend.
Maar het bed is koud nu,
kouder dan vroeger.
Het bed dat is leeg nu
als jij er niet bent.

Want nu ik je ken
is niets meer als vroeger,
het leven is voller,
jij geeft het meer zin.
Maar daardoor lijkt hier
alles veel leger,
mijn huis geen thuis meer
met jou niet erin.

 

 

02 NIETS IS BELANGRIJK

En de angst is vaak de meester
over bijna ieders bestaan
De angst om te verliezen
en de angst om te vergaan
En de ene moet dan scoren
gaat regelrecht naar zijn doel
en de ander gaat verstarren .
is bang voor zijn eigen gevoel

Ik kijk dan naar jou en jij kijkt naar mij
en elke keer als je mij kust,
ben ik mij dit steeds meer bewust:
Niets is belangrijk alleen samen zijn,
niets is belangrijk alleen samen zijn

Het is haasten, het is jachten,
het is steeds maar verder gaan
en wie er niet aan meedoet
blijft aan de zijlijn staan.
En de aarde en de mensen
die draaien constant door
en je vraagt je wel eens af
waar is het allemaal voor ?

Ik kijk dan naar jou en jij kijkt naar mij
en elke keer als je mij kust,
 ben ik mij dit steeds meer bewust:
Niets is belangrijk alleen samen zijn,
niets is belangrijk alleen samen zijn.

En je kunt het spel verliezen
en dan ben je alles kwijt
of je allermooiste dromen
worden opgeslokt door de tijd.
En dan durf je niet meer verder
je verzet geen ene pas
en je ziet alleen naar achter
denkt aan hoe het vroeger was.

Ik kijk dan naar jou en jij kijkt naar mij
en elke keer als je mij kust,
ben ik mij dit steeds meer bewust:
Niets is belangrijk alleen samen zijn,
 niets is belangrijk alleen samen zijn.

 

 

03 DE SPIEGEL

De lijst van de spiegel die viel nog wel mee,
maar toen ik er in keek, dacht ik oh nee;
een gezicht dat was zo treurig als wat
en bovendien ook nog ladderzat.
Zo’n spiegel is dus echt niet mooi,
Ik denk dat ik hem maar weggooi.
Zo’n spiegel is dus echt niet mooi,
Ik denk dat ik hem maar weggooi.

Jij belde mij op en zei dat je kwam.
Was ik het niet al, dan schok ik mij lam,
Want dat jij zou komen, had ik niet verwacht.
Tranen en bier had ik gemorst vorige nacht.
Hier was het een bende, een grote zooi,
en op de gang die spiegel, echt niet mooi.
Hier is het een bende, een grote zooi,
en op de gang die spiegel, echt niet mooi.

Als ik de zaken vanaf nu goed bekijk,
krijgt een zekere van Merwijk gelijk.
Jij belt bij mij aan, met een kop van hout
doe ik open, ik ben als ijs zo koud.
Maar je glimlach zorgt dat ik ontdooi
En jij maakt zelfs mijn spiegel mooi.
Ja, je glimlach zorgt dat ik ontdooi
En jij maakt zelfs mijn spiegel mooi

 

04 DWARSFLUIT

Jij blies de melodie
die leidde tot ontroering
Ik moest mij nu wel roeren,
geraakte in vervoering.

Eerst leek ik vastgeroest
al door het nat van tranen.
Nu danste ik weer woest,
ging nieuwe wegen banen

Muziek die ken geen wet,
de knechten zijn als bazen.
Dwars tegen regels in
werd leven ingeblazen.

Dus stil kon ik niet blijven,
de drang die was te groot.
Een nieuwe liefde is
een uitstel van de dood.

 

 

05 IETS GOEDS KOMT OOK ONVERWACHT

Soms komt een bloem niet tot bloei in de lente,
soms straalt geen enkele ster in de nacht,
soms is de lente guurder dan de winter,
en loopt alles niet als je dacht.
Dan denk je maar het kan niet veel erger
toch volgt weer tegen- op tegenslag.
Maar ik ben altijd blijven geloven:
Iets goeds komt ook onverwacht.

Dan denk je, dit was het eind van de winter.
Ik zet nu toch maar de kachel eens uit.
Vroeg word je wakker,laat in het voorjaar
met ijsbloemen op de ruit..
Dan denk je maar, het kan niet veel erger
toch volgt weer tegen- op tegenslag.
Maar ik ben altijd blijven geloven:
Iets goeds komt ook onverwacht.

Dan komt de bloem toch tot bloei in de herfst,
na onweer volgt een heldere nacht
Zo kwam jij toch nog, laat in mijn leven;
Iets goeds komt ook onverwacht.
Dan komt de bloem toch tot bloei in de herfst,
na onweer volgt een heldere nacht,
zo kwam jij toch nog, laat in mijn leven;
Iets goeds komt ook onverwacht.

 

 



06 DAAROM IS ZIJ BIJ MIJ

Je zag het nooit als zij moest huilen
en onverschillig bleef jij,
terwijl zij enkel liefde wilde;
daarom is zij bij mij,
daarom is zij bij mij.

Je trok nooit tijd uit voor de liefde,
dat was niet nodig vond jij.
Je vond haar liefde vanzelfsprekend,
daarom is zij bij mij,
daarom is zij bij mij.

Nu zeg je aan al je vrienden:
“Hij nam haar van mij weg”.
Maar eigenlijk weet je heel goed:
het klopt niet wat je zegt.

Toen jij haar leerde alleen te dromen,
toen droomde zij: ‘Ik ben vrij.’
Jij moest lachen om haar dromen:
daarom is zij bij mij,
daarom is zij bij mij.

Nu zeg je aan al je vrienden:
“Hij nam haar van mij weg”.
Maar eigenlijk weet je heel goed:
“Het klopt niet wat je zegt.”

Toen jij haar leerde alleen te dromen,
toen droomde zij: ‘Ik ben vrij.’
Jij moest lachen om haar dromen:
daarom is zij bij mij,
daarom is zij bij mij.

Nederlandstalige bewerking van
That’s why she’s with me
van David Olney

 

 

 

 

 

 

07 LADIES MORRIS/ MEL O'DY / DRAAIDEUN

(instrumentaal)

 

 

 

 

 

 

08 ALS DE BLAADJES VALLEN

Ja, dit is typisch weer de herfst                       
met al die depressieve vrouwen om me heen.
Ja, dit is typisch weer de herfst                      
dan ben ik liever alleen, alleen.                    

Want als de blaadjes vallen
dan reageren ze extreem.
Want als de blaadjes vallen
is alles een probleem.
Want als dan de blaadjes vallen
dan zijn ze ziek,zwak of moe.
Want als dan de blaadjes vallen
is alles een gedoe.

Ja, dit is typisch weer de herfst
met al die depressieve vrouwen om me heen.
Ja, dit is typisch weer de herfst
dan ben ik liever alleen, alleen.

Want als de blaadjes vallen
dan vinden ze niks meer fijn.
Want als de blaadjes vallen
dan zit je met een chagrijn.
Want als de blaadjes vallen
dan hebben ze geen zin in seks.
Want als de blaadjes vallen
dan denken ze steeds aan hun ex.

Ja, dit is typisch weer de herfst
met al die depressieve vrouwen om me heen.
Ja, dit is typisch weer de herfst
dan ben ik liever alleen, alleen.     

Want als dan de blaadjes vallen
dan zijn ze jou opeens weer zat
Want als de blaadjes vallen
dan hebben ze ’t met jou gehad.
Want als de blaadjes vallen
dan zijn de vrouwen niet meer lief
Want als de blaadjes vallen
dan zijn de vrouwen depressief.

Ja, dit is typisch weer de herfst
met al die depressieve vrouwen om me heen.
Ja, dit is typisch weer de herfst
dan ben ik liever alleen, alleen.
dan ben ik liever alleen, alleen.
dan ben ik liever alleen, alleen.

 

 

 

09 FIETSWIEL

Ik wist niet hoe ik moest beginnen.
Het was toch een gelopen race,
maar of als ik uit as herrees,
dacht ik dat één van ons kon winnen,
maar of als ik uit as herrees,
dacht ik dat één van ons kon winnen,
jij mij de juiste richting wees.
Ik denk meer in onaffe zinnen.
Jij mij de juiste richting wees
en mij jou leerde te beminnen.

Het viel niet mee: het wiel moest draaien:
het leek een deeltje van de deal;
jij hielp mij opstaan als ik viel;
als spaken onze armen maaien.
Jij hielp mij opstaan als ik viel;
als spaken onze armen maaien.
Jij was de as die mij beziel-
de en waarom het wiel zou draaien.
Jij was de as die mij beziel-
de en de vlammen hoog deed laaien.

Terwijl ik sta op de pedalen,
smeed ik de keten stevig vast
in een gesloten kettingkast,
want zal ik ooit de finish halen?
In een gesloten kettingkast,
want zal ik ooit de finish halen?
De rit wordt door mij zwaar belast.
Geloof ik enkel in mijn falen?
De rit wordt door mij zwaar belast.
Het heeft geen zin nog langer dralen.

Wat is het doel dan voor ons beiden?
Ik zie hoe ik mijzelf vervoer.
Het is geen race, het is geen tour,
jij wilt niet in mijn wielen rijden.
Het is geen race, het is geen tour,
jij wilt niet in mijn wielen rijden.
Een ieder volgt een los parcours:
het is waar onze wegen scheiden.
Een ieder volgt een los parcours:
de vraag is waar het heen zal leiden.

 

 

 

10 KOM MAAR HIER

Kom maar hier mijn liefste,
ik heb een liedje voor jou.
Kom maar hier mijn liefste,
ik heb een liedje voor jou.

Soms weet je niets te zeggen
en weet je echt geen raad,
vaak is de stilte beter
dan een hoop gepraat
Veel kan ik je niet bieden,
zoals je wel ziet,
maar troost kan je vinden,
in een simpel lied.

Kom maar hier mijn liefste,
ik heb een liedje voor jou.
Kom maar hier mijn liefste,
ik heb een liedje voor jou.

 


 

 









 

 

11 ZO MOOI KUNNEN SLECHTS MEISJES ZIJN

Blote voeten aan de vloedlijn;
stralend in de zonneschijn;
half slapend in de trein.

Zó mooi kunnen slechts meisjes zijn
Zo móoi…

Net gedoucht fris en rein
in een badjas van satijn;
elk gebaar lijkt wel een sein.

Zó mooi kunnen slechts meisjes zijn
Zo móoi…

Hoge hakken, slanke lijn;
borsten veren zacht en fijn
al flanerend op het Plein

Zó mooi kunnen slechts meisjes zijn
Zo móoi…

Lonkend achter ’t raamkozijn
als een bunny, een konijn
als je komt op hun terrein.

Zó mooi kunnen slechts meisjes zijn
Zo móoi…

Aardig wezen voor de schijn;
‘n opmerking vol venijn
maken ze maar voor de gein.

Zó mooi kunnen slechts meisjes zijn
Zo móoi…

Aangeschoten van de wijn,
als ze gillen van de pijn
of dat ze klaargekomen zijn.

Zó mooi kunnen slechts meisjes zijn
Zo móoi…

Met een b.h. net iets te klein;
zonder kleren in je brein;
vrolijk fluitend dit refrein.

Zo móoi., zo mooi, zo mooi, zo mooi …

12 DAT KOMT ER DAN VAN

Ik werk nu al jaren
voor dezelfde baas;
ik ben er trots op
maar hij vindt mij dwaas.
Ik doe goed mijn best;
hij haat mij als de pest,
dat komt er dat komt er dat komt er dan van.

Dat komt er dat komt er dat komt er dan van,
dat komt er dat komt er dat komt er dan van,
dat komt er dan van,
dat komt er dan van,
dat komt er dat komt er dat komt er dan van (2x)

Ik woon nu al jaren
in hetzelfde huis’
maar de buren die willen
dat ik verhuis.
Ik woon er best,
maar de buren zijn de pest,
dat komt er dat komt er dat komt er dan van.

Dat komt er dat komt er dat komt er dan van,
dat komt er dat komt er dat komt er dan van,
dat komt er dan van,
dat komt er dan van,
dat komt er dat komt er dat komt er dan van (2x)

Ik heb nu al jaren
dezelfde vrouw;
ik bleef haar wel
maar zij mij niet trouw.
Ik doe goed mijn best;
zij haat mij als de pest,
dat komt er dat komt er dat komt er dan van.

Dat komt er dat komt er dat komt er dan van,
dat komt er dat komt er dat komt er dan van,
dat komt er dan van,
dat komt er dan van,
dat komt er dat komt er dat komt er dan van (2x)

13 ALS HET STORMT  AAN DE ZEE

Een wolk verstopt de zon.
De zee vecht met het land.
De wind speelt met het zand.
Niemand weet wie er begon.

Als het stormt aan de zee
en de wind neemt je mee. (2x)
De wind speelt met je haren
laat maar waaien, laat maar waaien.
De zee laat golven komen,
laat maar stromen, laat maar stromen.

Het zand wordt overspoeld.
De zee golft heen en weer.
Het maakt ook elke keer,
dat het zich dan sterker voelt.

Als het stormt aan de zee
en de wind neemt je mee. (2x)
De wind speelt met je haren
laat maar waaien, laat maar waaien.
De zee laat golven komen,
laat maar stromen, laat maar stromen.

Storm in mijn hoofd
veegt mijn hoofd leeg,
als van een pasgeboren kind
en het maakt mijn
gedachte schoon;
wat eerst zwaar was
danst nu in de wind. (2X)

Laat het gaan en beweeg.
Je denken waait weg,
of je grens wordt verlegd;
het blaast je hoofd leeg.

Als het stormt aan de zee
en de wind neemt je mee. (2x)
De wind speelt met je haren
laat maar waaien, laat maar waaien.
De zee laat golven komen,
laat maar stromen, laat maar stromen.

14 ALS IK GEEN RUST KAN VINDEN

Wil ik altijd kunnen vluchten
of wil ik altijd naar iets toe ?
Moet ik naar iets toe bewegen
of ben ik het wachten moe ?

En als ik geen rust kan vinden
wil ik denken: ‘k blijf hier’.
Maar als ik geen rust kan vinden
houd ik de deur toch op een kier.

Moet ik altijd maar weer verder;
moet ik steeds opnieuw op zoek ?
Moet de wereld mij verrassen
als het slot van een goed boek ?

En als ik geen rust kan vinden
wil ik denken: ‘k blijf hier’.
Maar als ik geen rust kan vinden
houd ik de deur toch op een kier.

Kan ik mij nergens in verdiepen
of is heel veel erg saai ?
Wil ik onnodig maar iets anders
of geef ik het een mooie draai ?

En als ik geen rust kan vinden
wil ik denken: ‘k blijf hier’.
Maar als ik geen rust kan vinden
houd ik de deur toch op een kier.

Wil ik steeds iets nieuws beleven;
laat ik vertrouwden in de steek ?
Wil ik nieuwe kleuren mengen,
als de oude zijn verbleekt ?

En als ik geen rust kan vinden
wil ik denken: ‘k blijf hier’.
Maar als ik geen rust kan vinden
houd ik de deur toch op een kier.

Alsmaar blijven bewegen, niet stil blijven staan.
Het is jezelf voeden, groeien en dan verder gaan.
Het gaat niet om wat gebeurd is;het geeft niet wat komen gaat.
Het enige dat telt is waar je nu gaat en staat

15 GEEF ME DE TIJD TERUG

Ik was een kleine jongen en speelde met zand
Ik maakte kastelen aan de zee op het strand.
Herfst in het bos wij deden of wij waren,
mijn vader en ik,mannen van de dorre blaren.

Geef me mijn tijd terug, geef me de tijd.
Geef me de tijd terug, ik ben hem kwijt.
Geef me mijn tijd terug, geef me de tijd.
Geef me de tijd terug, hij was van mij.

Jij en je vader; de fiets had je pas
na een rondje fietsen viel je in de plas.
Jij was een kleine jongen en liep aan mijn hand;
Je staat op eigen benen losser wordt de band.

Geef me mijn tijd terug, geef me de tijd.
Geef me de tijd terug, ik ben hem kwijt.
Geef me mijn tijd terug, geef me de tijd.
Geef me de tijd terug, hij was van mij.

Hoe meer je wilt leven, hoe meer de dood dreigt
want je weet wat je had, maar niet wat je nog krijgt.
Veel is veranderd en meer is voorbij,
maar iedere lente staan er bloemen in de wei.