ALLES IS AL EENS EERDER GEZEGD.

Van dit verhaal heb je elk woord
vast wel een keertje eerder gehoord
want:
Alles is al eens eerder gezegd.
Of is dat al eens eerder gezegd ?

Er was eens een man, er was eens een vrouw.
Hij zei tegen haar : ”Ik hou van jou.”

Alles is al eens eerder gezegd.
Of is dat al eens eerder gezegd ?

Hij zei: “Wij trouwen voor de wet
en gaan daarna pas samen naar bed.”

Alles is al eens eerder gezegd.
Of is dat al eens eerder gezegd ?

Zij zei: “zoals ieder ander mens
heb ik natuurlijk een kinderwens.”

Alles is al eens eerder gezegd.
Of is dat al eens eerder gezegd ?

Na drie jaar kwam de klad erin,
ze zagen elkaar met tegenzin.
Zij zei: “Vrijen vond ik nooit fijn,
maar we kunnen nog altijd vrienden zijn.”

Alles is al eens eerder gezegd.
Of is dat al eens eerder gezegd ?”

Hij zei: “Nou dan vertrek ik morgen,
als jij maar voor de kinderen blijft zorgen.”

Alles is al eens eerder gezegd.
Of is dat al eens eerder gezegd ?

Hij zei: “Ik heb een andere vrouw.
Dat wil niet zeggen, dat ik niet van je hou.”

Alles is al eens eerder gezegd.
Of is dat al eens eerder gezegd ?

Dit is het einde van het verhaal,
al klinkt het misschien wel een beetje banaal
want:
Alles is al eens eerder gezegd.
Of is dat al eens eerder gezegd ?

DE EUROOT

De euro is van ons allemaal, de euro is voor ons allemaal,
maar ik zeg het zo: Zijn wij allemaal voor de euro?(2x)


Let nu heel goed op mijn woorden,
als de guldens euro’s zijn geworden
heeft dat toch niet slechts te maken
met alleen de financiële zaken ?
Nee, ik heb het verlangen
om elke gulden te vervangen.
Luister goed naar wat ik zeg,
ik bewandel niet de euro middenweg.

Onze straat is de mooiste van Den Haag
en de gemeente beloont dat graag.
Ik belde ’t stadsdeelkantoor
want dat is daar tenslotte voor
met een zeer ernstige klacht
dus men zette mij in de wacht.
Maar ik werd steeds linker en linker:
Ik wil geen gulden maar een euro klinker!


De euro is van ons allemaal, de euro is voor ons allemaal,
maar ik zeg het zo: Zijn wij allemaal voor de euro? (2x)


Let nu heel goed op mijn woorden,
als de guldens euro’s zijn geworden
heeft dat toch niet slechts te maken
met alleen de financiële zaken ?
Nee, ik heb het verlangen
om elke gulden te vervangen.
De euro regel is wat ik nu zeg,
‘Bewandel nooit de euro middenweg.’

Ik moest naar ‘De Fred’ lopen
om een geschiedenisboek te kopen.
Ik ging bij Paagman binnen
en zei: “Wat moet ik nu beginnen?
Ik koop hier een verouderd boek
want er staat niet in wat ik zoek.
Waar vind ‘k iets als ik het vragen mag
over het Euro Vlies en de Euro Sporenslag?”


De euro is van ons allemaal, de euro is voor ons allemaal.
De euro is van ons allemaal, de euro is voor ons allemaal.
De euro is van ons allemaal, de euro is voor ons allemaal.
De euro is van ons allemaal, de euro is voor ons allemaal.
Maar ik zeg het zo: Zijn wij allemaal voor de euro ?

ROCHELLE


Zo was je gekomen, zo ben je gegaan.
Ik weet je gezicht nog, ik ken nog je naam.
Ik wil bij je zijn, maar hoe moet ‘k dat vertellen,
Rochelle, Rochelle, Rochelle ?


Ik dacht: ‘Het gaat goed zo, ik zie je gauw weer.’
Maar de eerste was tevens de laatste keer.
Ik heb wel je nummer, maar wat als ‘k zou bellen,
Rochelle, Rochelle, Rochelle ?


Ik denk bij mezelf: ‘Ik doe heel spontaan.
Ik pak mijn fiets en ik bel bij je aan.’
Maar ik kan je reactie al bijna voorspellen,
Rochelle, Rochelle, Rochelle .


Ik denk vaak aan jou, hoe ’t je vergaat
en of ik te vroeg was of juist veel te laat.
Ik schreef in gedachte een brief met duizend vellen,
Rochelle, Rochelle, Rochelle .


Je kwam en je ging en het ging veel te vlug.
Ik denk soms: ‘misschien zie ik jou nog eens terug.’
In ieder geval wel de zus van Rochelle,
Daniëlle, Daniëlle, Daniëlle.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PA, IK HEB NOG STEEDS VRAGEN.

Vroeger toen ik nog heel klein was,
vroeg ik van alles aan pa.
En als hij ’t antwoord niet wist
zocht hij ’t in het woordenboek na.

Pa, ik heb nog steeds vragen
en ik weet niet waarom ik ze stel.
Kan ik het antwoord verdragen;
Ik weet het niet, wist jij het wel?


Was jij net zoals ik vaak zwaarmoedig,
bij tijd en wijle ook depressief ?
En maakte jij juist door hierom te lachen
alles betrekkelijk relatief ?
Voelde jij je in gezelschap van anderen
juist vaak ontzettend alleen ?
En hield uiteindelijk muziek en de liefde
jou toch weer op de been ?

Had jij de vrouw van je dromen gevonden,
die ik ook zocht maar tot nu toe nooit vond ?
En hield je daarna op met te dromen
toen jij je eenmaal aan haar bond ?
Wat waren tenslotte de kosten en baten
van je eeuwige trouw ?
Voor altijd samen zijn, werd na haar heengaan
eeuwige, eenzame rouw.

Had jij een doel en het leven een doel
en vroeg jij je dat dikwijls af ?
Dacht je: ‘Ik ben met mijn lot vergeleken
met velen toch veel beter af.’?
Hoeveel verdriet heb je voor mij verzwegen
en hoeveel geluk heb jij echt gekend ?
Hoeveel lijk ik nu eigenlijk op jou
en hoe goed heb ik je gekend ?

Pa, ik heb nog steeds vragen…

 

LUTJESHAVEN / CONCLUSIES

In Lutjeshaven aan de Rijn
daar mag je altijd dronken zijn,
daar mag je altijd dronken wezen
en is ‘t ’s avonds heel goed kezen.

Maar in Lutjeshaven aan de Lek
daar vinden ze zoiets maar gek,
daar zijn ze altijd vroom en deeg
en eten braaf hun bordje leeg.


‘Schelden jullie zelfs
aan de hemelpoort !
Zo komt men hier niet in’
riep Petrus zeer verstoord.

‘Wel mijn beste Petrus,
ik zal je wat vertellen
juist daarom schelden wij
en zullen wij wéér schellen.


Een el is niet zo heel erg lang.
Een el is minder dan een meter.
Een el dat is een lengtemaat.
van pakweg zeventig centimeter.
En ook: De L dat is de twaalfde
letter van het alfabet.
Je schrijft haar als een lange been
met een voet eraan gezet.

Vergeet dan niet de meervoudsregel
voor het volgende van belang:
Kom je ooit een meisje tegen
en is zij minstens eenveertig lang
en heeft zij minimaal twee benen,
is het goed dat je dit weet,
want dan is het vrijwel zeker,
dat dit meisje Ellen heet.



 


IK WIL MAAR KAN JE NIET VERGETEN


Refrein::

Ik wil maar kan je niet vergeten,
zoals je steeds opnieuw zult weten,
als je moet boeren na het eten,
wat je die avond hebt gegeten.


Ik denk dat ik je overal zie.
Ik kan je overal tegenkomen
in minstens één van al mijn dromen;
Wat is nu echt, wat fantasie.

Zo mijmer ik vaak 's avonds laat:
'Waarom zou je mij niet bellen?
Wij hebben elkaar veel te vertellen.'
als dan de telefoon weer gaat.

Refrein:

Ik denk dat jij mij nergens ziet
als ik gevulde koek ga kopen,
waar jij ook brood zou kunnen kopen.
Ik zwaai naar jou, jij was het niet.

Het is zo'n dag ,dat iedere vrouw
sprekend wel jou had kunnen zijn,
dat iedere klant bij Albert Hein,
steeds meer en meer lijkt op jou.


Refrein:


Zelfs ieder liedje dat er klinkt,
dat lijkt zowaar voor ons gemaakt.
Ik word van binnen diep geraakt;
Het lijkt zowat of jij het zingt.

Alles heeft met jou te maken;
Een geur, een kleur,een bloem, een boek.
Al ben ik niet naar jou op zoek,
ik kan je ook niet kwijtraken.


Refrein:

 

VRIJ DAN MET MIJ

Ik was in een vrolijke stemming,
toen kwam er mijn meisje voorbij.
Ik was in een vrolijke stemming,
toen kwam er mijn meisje voorbij.

Ik heb maar wat simpele vragen ,
wat vragen maar zo op een rij.
Ik heb maar wat simpele vragen ,
wat vragen maar zo op een rij.

Houd je van dansen ? Dans dan met mij.
Houd je van lachen ? Lach dan met mij.
Houd je van zoenen ? Zoen dan met mij
En houd je van vrijen ? … Vrij dan met mij.


Ik had maar wat simpele vragen,
maar weet je wel wat ze toen zei ?
Ik had maar wat simpele vragen,
maar weet je wel wat ze toen zei ?

Houd je van dansen ? Dans dan met mij.
Houd je van lachen ? Lach dan met mij.
Houd je van zoenen ? Zoen dan met mij
En houd je van vrijen ? … Vrij dan met mij.


Houd je van dansen ? Dans dan met mij.
Houd je van lachen ? Lach dan met mij.
Houd je van zoenen ? Zoen dan met mij
En houd je van vrijen ? … Vrij dan met mij.
… Vrij dan met mij.
… Vrij dan met mij.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

ZE WAS NIET GELUKKIG


Refrein: Ze had wat ze wilde,
meer hoefde ze niet,
maar ze was niet gelukkig
en waarom wist ze niet.


Ze was met haar zes-
tiende een vlotte meid
ze had al een vriend
en werd door velen benijd.

Je hoorde ze zeggen:
'Het ideale paar.
Die twee lijken echt
geboren voor elkaar.'

Refrein:

Ze was erg geliefd
vrolijk en spontaan.
Hij had als tandarts
een uitstekende baan.

Ze kregen twee kinderen
een dochter en een zoon
en alles verliep steeds
voorspoedig en gewoon.

Refrein:

Hij ging goed verdienen.
Hij maakte fortuin.
Zij kochten wat later
een huis met een tuin.

Zij zorgde voor de kinderen,
werkte part-time.
Het huishouden deed ze
zoveel mogelijk saam.

Refrein:

Ze hadden een feestje
daar kwam ze hem tegen.
Ze praatte met hem
en werd heel verlegen.

Hij gaf haar na afloop
een zoen op de wangen
en nog dagen later
brandde zij van verlangen.

Zij koos op een dag
voor het avontuur.
Toen was zij gelukkig
voor minstens een uur.

VRIENDEN VOOR ALTIJD

Nee, het is niet wat je zegt.
Nee, het is niet wat je zegt.
Een vraag die onbeantwoord blijft
Is deze: waarom ga je weg?

We blijven vrienden voor altijd.
Ja, echte vrienden voor altijd.
Maar wil je dan hiermee zeggen
Dat je met je vijand vrijt ?

Nee, het is niet wat je zegt.
Nee, het is niet wat je zegt.
Een vraag die onbeantwoord blijft
Is deze: waarom ga je weg?

Bij jou zijn vond ik eerst bijzonder
Ja, ik vond het eerst bijzonder.
Maar nu ben ik je zo gewoon,
Ik kan eenvoudig niet meer zonder.

Nee, het is niet wat je zegt.
Nee, het is niet wat je zegt..
Een vraag die onbeantwoord blijft
Is deze: waarom ga je weg?

Je zegt je komt terwijl je gaat,
je komt eraan terwijl je gaat.
Het enige dat jij mij geeft:
De wanhoop die je achterlaat.

Nee, het is niet wat je zegt.
Nee, het is niet wat je zegt.
Een vraag die onbeantwoord blijft
Is deze: waarom ga je weg?

Ja, zeg me : waarom ga je weg ?
Ja, zeg me : waarom ga je weg ?
Een vraag die onbeantwoord blijft:
Waarom ga je weg?

 

TROUW NIET, MEISJES

Trouw niet, meisjes, je vonnist je eigen dood,
Het is eerst nog echt genieten, later alleen maar echtgenoten.
Je kan beter nog een non zijn, of een Vestaalse maagd,
maar trouw niet meisjes; Trouwen is een plaag.

Het is eerst nog heel romantisch, als hij jou zo teer bemint;
Je bent het meisje uit zijn dromen, niemand die hij mooier vindt.
En zijn liefde houdt nooit op, hij belooft van alles en nog meer,
maar wacht tot je getrouwd bent, want dan weet hij dat niet meer.
Je hebt een kop als een gebakje, zeurt als kiespijn in zijn mond
en hij gaat zich dan afvragen wat hij ooit eens aan je vond
en hij eet niet zonder klagen, alles wat je gekookt hebt
en als hij ‘s avonds gaat slapen, rolt hij jou steeds uit het bed.

Trouw niet, meisjes, je krijgt alleen maar spijt.
Eerst ben jij nog zijn maîtresse later noemt hij je de meid.
Wees een vrolijke vrije vogel, een vliederdefladderaar
maar trouw niet meisjes, trouwen is zo naar.

Zie je hem ‘s morgens ontwaken, hij lijkt wel een dooie hond;
Hij heeft steeds roos op zijn kussen, een tabakslucht uit zijn mond.
En hij moet nog wat ontspannen met een koppie thee op bed.
Hij maakt zich druk over de lening en ‘moet hij al een toupet?’.
En hij denkt, Jij bent zijn moeder, en dan huilt hij bij je uit,
je versterkt dus zijn ego en je geeft hem zijn beschuit.
Eindelijk komt hij in actie, de stoere jager leeft weer op
en hij laat je eenzaam achter, je krijgt de kous al op de kop.

Trouw niet, meisjes, het leven wordt een hel.
Hoe goed je het ook meespeelt, je verliest altijd het spel.
Ga dansen in een striptent, word een callgirl of een hoer,
maar trouw niet meisjes, ze draaien je een loer.

Komt hij moe thuis van zijn werk, ziet hij jou niet eens meer staan;
Als de maaltijd maar bereid is en de afwas wordt gedaan.
Hij zegt dat je er niet uit ziet, als je mee moet naar een feest.
Dus je tut je voor hem op, hoewel je er eig’nlijk al bent geweest.
Op het feestje is hij vrolijk en is alles koek en ei
en de mensen gaan haast denken. ‘Wat een enig stel zijn zij.’
Maar ben je goed en wel weer buiten, begint al het gezeik
en nog voor je eenmaal thuis bent, haalt hij jou weer door het slijk.

Trouw niet meisjes, trouwen is een straf.
Het is het einde van een sprookje en het loopt niet eens goed af.
Neem steeds een nieuwe minnaar, blijf altijd maar op zoek,
maar trouw niet meisjes, trouwen is een vloek.


 

NOOIT WAS JIJ VAN MIJ

We willen wel iemand bezitten,
maar de vrijheid, die is ons ook lief
en ga je elkaar dat ontnemen,
dan ben je je eigen dief.

Nooit, nooit, nooit, nooit was jij van mij.
Nooit, nooit, nooit, nooit was jij van mij.

Bloemen, die moet je niet plukken
langs de kant van de weg
en in een vaasje zetten,
dan sterven ze langzaam weg.

Nooit, nooit, nooit, nooit was jij van mij.
Nooit, nooit, nooit, nooit was jij van mij.

Dieren als vlinders en vogels,
die horen niet in een kooi
want alles wat eerst aan hen mooi was,
wordt zo opeens minder mooi.

Nooit, nooit, nooit, nooit was jij van mij.
Nooit, nooit, nooit, nooit was jij van mij.

Maar wie ik niet wilde bezitten,
kaapte ‘n ander weg voor mijn neus.
Nu zie ik je langzaam verdorren
en het was nog je eigen keus.

Nooit, nooit, nooit, nooit was jij van mij.
Nooit, nooit, nooit, nooit was jij van mij.

 

 

 

 

 

 

 

 

HET KISTJE


Ik liep op een dag er toevallig tegen aan,
Ik was nergens naar op zoek.
Half verborgen in het zand op het strand
Vond ik een kistje , beslagen met goud.

Het was niet heel groot maar het was wel heel mooi
En het was ook heel sierlijk gemaakt
En zo’n kistje had daarom zeker wel
Een prachtige schat als inhoud.

Maar de kist was heel stevig gesloten
En ik kreeg hem onmogelijk open
En ik ging meteen naar de sleutel op zoek
Die precies paste op het slot.

Maar als je krampachtig gaat zoeken ,
Zo loopt dat haast bijna altijd.
Dan zal je het nooit kunnen vinden.
En dat wordt dan tenslotte je lot.

Eerst was ik ontzettend gelukkig en voldaan
Met wat ik gevonden had.
En ik nam het kistje mee naar mijn huis.
En ik gaf het een goede plek,

Maar ik kon er alleen maar naar kijken
En de schat bleef verborgen voor mij.
Ik kon de inhoud niet voelen of zien
En dat maakte mij hartstikke gek.

Toen verscheen jij in mijn droom,
Ja, jij verscheen in mijn droom.

Jij zei: je moet eens een keuze maken
Alleen jijzelf kan bepalen hoe het voelt
En wat voor jou de beste keus is
Je kiest voor de weg of je kiest voor het doel.

Want als je tevreden kan zijn
met wat je onderweg gevonden hebt
Houd dan het gevondene maar voor jezelf
en zie het kistje als schat.

Droom af en toe, hoe de inhoud zou zijn
En dat je de sleutel vindt,
Maar graaf niet daadwerkelijk verder
want dat leidt je maar af van je pad.

Maar als je als enige doel hebt voor ogen
‘t Krijgen wat nog niet van je is.
En je denkt “Ik heb wel een kistje gevonden
Maar wat moet ik daar eigenlijk mee?”

En je blijft wanhopig naar de sleutel op zoek
En je denkt alleen aan wat je mist
Dan zal het je ongelukkig maken
Gooi het kistje dan weg, ver in zee.(2x)

DE PLEISTER OP DE WONDE


Jij was daar ineens
na tijden van verdriet.
Jij kon mij wel troosten
maar blijven kon je niet.

Ik zei:'Ik ben blij dat
ik jou heb gevonden
want jij bent voor mij
een pleister op de wonde.'


Refrein::

Ik zei:'Je kan niet
zomaar vertrekken.
Je mag niet ineens er
de pleister af trekken.
Doe het langzaam,
dan is het goed,
hoewel het zo langer
maar minder pijn doet
en als de pleister ervan
af is geweken,
dan zie je alleen nog
... een litteken.'


Het hielp goed maar
ik had nog steeds pijn.
De wond was te groot
of de pleister te klein.

Je zei:'Ik ga je
toch eens verlaten,
dan zal je de pleister
los moeten laten.'

Refrein:

Wacht even tot ik
niet meer bloed
als de pleister er
echt af moet.

Geef mij de tijd,
wacht enkele dagen.
Ik kan het gemis dan
beter verdragen.


Refrein:

 

 

 

VARIATIE OP EEN THEMA


Het leven gaat door en je wordt steeds maar ouder
En je hebt meer gedaan dan je nog wilt gaan doen.
En je denkt: ‘Ben ik ook zoveel ouder geworden ?’
Als je na al die tijd ‘n vriendin ziet van toen.


Je weet nog , waarom je van haar hebt gehouden.
Je voelt haast niet meer, hoeveel pijn ze je deed.
Dan zie je haar lachen, dan komt dat vertrouwde
En wat je dan voelt, is dan niet wat je weet.


Want alles houdt op en begint steeds opnieuw
En je blijft steeds maar steken in het oude gemis
Maar het is elke keer net iets anders
Omdat het een variatie op een thema is.

Ja , alles houdt op en begint steeds opnieuw
En je blijft steeds maar steken in het oude gemis
Maar het is elke keer net iets anders
Omdat het een variatie op een thema is.


En wat daarop volgt is bijna voorspelbaar
Je voelt dan die pijn weer van tijden geleden
En je weet al zolang; ‘je kan niemand veranderen’
‘t Lijkt of je niets hebt geleerd van ’t verleden.


En het leven is als een reis rond de wereld.
Bij elke bestemming staat een bordje ‘vertrek’.
Hoe verder je weg gaat, hoe dichter je bij komt.
Het eind van de reis is je oude stek.


Ja, het leven is als een reis rond de wereld.
Bij elke bestemming staat een bordje ‘vertrek’.
Hoe verder je weg gaat, hoe dichter je bij komt.
Het eind van de reis is je oude vertrouwde stek.